ONDERSTEUNING LEERLINGEN

 OBS Nieuw-Roden

Openbare basisschool De Poolster maakt per 1 augustus 2014 deel uit van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs 20.01. Meer informatie over het SWV PO 20.01 kunt u vinden in de algemene schoolgids.
De Poolster beschikt over een Schoolondersteuningsprofiel (SOP). In dit document is beschreven hoe de ondersteuning van leerlingen binnen de school en binnen het SWV is geregeld. Klik op Schoolondersteuningspro-fiel OBS De Poolster om dit schooldocument te lezen.

Uitgangspunten
Onder leerlingondersteuning (LO) wordt verstaan de (extra) aandacht voor sociaal emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen. De LO is gericht op alle leerlingen. Onder het motto ‘ondersteuning naar de leerling in plaats van leerling naar de ondersteuner’ proberen wij dat vooral de leerkrachten zich over de leerlingen ontfermen en dat ondersteuning buiten de groep wordt beperkt. Afhankelijk van de aard van de ondersteuning kunnen leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte en/of andere specifieke situaties hierop een uitzondering maken. De LO bij ons op school is gebaseerd op de ondersteuningslijn in het model ‘Handelingsgericht Werken’' (HGW).

Organisatie
Binnen de schoolorganisatie neemt de Intern Begeleider (IB-er) een belangrijke plaats in, met name om de continuïteit van ondersteuning en begeleiding te bewaken. De IB-er heeft een coördinerende en begeleidende rol op het terrein van LO. In verband met de grootte van de school beschikt obs De Poolster over twee IB-ers. Ten minste één keer per week vindt er overleg plaats in het schoolondersteuningsteam (SOT). Dit team bestaat uit de IB-ers, de directeur en zo nodig remedial teachers (RT-ers). Daarnaast zijn er functionele contacten met de schoolmaatschappelijk werker en de schoolarts / verpleegkundige. Als het nodig is, wordt externe professionele hulp ingeschakeld via het samenwerkingsverband.

Volgsystemen
De leerkrachten houden de vorderingen van alle leerlingen dagelijks bij, zowel op cognitief als op sociaal emotioneel vlak. 
Naast de methodegebonden toetsen maken wij ook gebruik van methodeonafhankelijke toetsen. Wij gebruiken daar de Cito-toetsen voor. Deze toetsen maken onderdeel uit van het leerling onderwijsvolg-systeem (LOVS) en hebben betrekking op spelling, technisch en begrijpend lezen en rekenen. Het voordeel van deze toetsen is dat er objectieve (landelijke) normen aan zijn gekoppeld. De Cito-toetsen worden bij ons op school gezien als middel, niet als doel.
Bij sommige kinderen worden diagnostische toetsen afgenomen. Dit zijn toetsen die meer specifieke informatie kunnen geven over de ontwikkeling van het kind. Ouders hebben te allen tijde inzage in de toetsresultaten.
De Cito-toetsen worden per vakgebied twee keer per jaar afgenomen in de groepen 1 t/m 8. Met de afname en registratie van deze toetsen ontstaat een objectief beeld van iedere leerling, voor de verschillende vakgebieden en vaardigheden. De toetsresultaten zijn de belangrijkste ingrediënten voor het LOVS. De toetsresultaten worden ingevoerd in het computergprogramma van het LOVS en het school-administratiesysteem Parnassys en daarmee kunnen we de ontwikkeling van kinderen (maar ook van groepen en van de hele school) in kaart brengen, volgen, analyseren en bepalen of interventie nodig is.
De sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen is eveneens erg belangrijk. Deze ontwikkeling wordt ook gevolgd met een volgsysteem genaamd SEOL (Sociaal Emorionele Ontwikkeling Leefstijl). Dit volgsysteem is gekoppeld aan de methode Leefstijl, die wij op school gebruiken in de groepen 1 t/m 8. Informatie uit beide volgsystemen wordt gebruikt om het beeld van de leerling zo scherp mogelijk te krijgen.

Handelingsgericht werken (HGW)
Naast de resultaten uit de volgsystemen worden ook de 'stimulerende en belemmerende factoren' per leerling in kaart gebracht (wat werkt wel bij deze leerling en wat niet). Tezamen met informatie uit kind- en oudergesprekken, analyses en evaluatie van de vorige plannen kan voor elke leerling vervolgens de onderwijsbehoefte worden geformuleerd. Van alle leerlingen in de groep wordt een en ander beschreven in het groepsoverzicht. Op basis van de groepsoverzichten worden vervolgens de groepsplannen geschreven, in principe op 3 niveaus. De klassenorganisatie en de instructievorm is afgestemd op het werken met de groepsplannen. Leerlingen die meer aankunnen hebben aan een verkorte instructie genoeg, de gemiddelde leerlingen volgen de basisinstructie en leerlingen die extra hulp en begeleiding nodig hebben komen naar de instructietafel voor een verlengde instructie. De instructie is gebaseerd op het IGDI-model (Interactief Gedifferentieerde Directe Instructie).

Groepsbesprekingen
Vier keer per jaar vinden er groepsbesprekingen plaats. De leerkrachten bespreken de leerlingen in hun groep op basis van de groepsoverzichten met de IB-ers. Voor specifieke vragen en advies kunnen de IB-ers worden ingeschakeld.

Schoolverlaters
De school besteedt ruime aandacht aan de begeleiding van schoolverlaters in groep 8, in de overgang naar het voortgezet onderwijs (VO). Naast de schriftelijke informatieoverdracht (onderwijskundig rapport) geven wij mondelinge toelichting aan het VO over elke leerling (de zogenaamde warme overdracht). Zowel leerlingen als ouders worden in de gelegenheid gesteld om informatieavonden en doedagen bij te wonen. De leerkracht begeleidt leerlingen en ouders bij het maken van een schoolkeuze en de afwikkeling van administratieve zaken.

Versnellen en verlengen
Kinderen die na september gestart zijn op school, stromen in beginsel aan het eind van het schooljaar niet door naar groep 2. Met de formulering 'in beginsel' wordt bedoeld dat doorstroming vanuit het perspectief van de ontwikkeling wordt bezien. De ontwikkeling van de kinderen - zowel cognitief als sociaal- emotioneel - is hiervoor bepalend en niet de geboortedatum en de leeftijd.
De school heeft criteria vastgesteld die gericht zijn op het beoordelen van de ontwikkeling. Het gaat om een mix van cognitieve en sociaal- emotionele criteria. Daarbij wordt, naast methodegebonden observaties, gebruik gemaakt van genormeerde instrumenten en toetsen / het leerling volgsysteem.

Zittenblijven / doubleren
Het zittenblijven als zodanig is eigenlijk niet meer aan de orde. Het uitgangspunt in het hedendaagse onderwijs is dat leerlingen werken op hun eigen ontwikkelingsniveau en een ononderbroken ontwikkelingslijn volgen. Wanneer de leerachterstanden op meerdere vakgebieden groot zijn en de school inschat dat de leerling baat heeft bij een extra leerjaar, kan worden besloten om de leerling een extra jaar te gunnen. De school baseert z’n beslissing op basis van uitslagen van (genormeerde) toetsen en observatiegegevens over het ontwikkelingsverloop van het kind, die vast-gelegd zijn in het leerlingvolgsysteem.

Leerlingendossier
Van iedere leerling is een dossier aanwezig op school. In dit dossier worden uitkomsten van (Cito) toetsen en observaties vastgelegd en bewaard, evenals andere persoonlijke documentatie (het intakeformulier, het rapportageformulier, rapporten van externe instanties, onderwijskundige rapporten etc). 
Het leerlingendossier wordt hoofdzakelijk geraadpleegd bij leerlingbesprekingen, teambesprekingen, ouder-gesprekken en/of aanmelding bij een externe deskundige. De informatie is vertrouwelijk en is op school voor de ouders ter inzage. De gegevens van de leerling worden vijf jaar na het verlaten van de school vernietigd.